Spelregels rolstoeltennis

In het rolstoeltennis gelden de gewone spelregels maar er zijn een paar uitzonderingen.

  • Je mag de bal mag twee keer laten stuiten. De tweede stuit mag ook buiten het veld.
  • Je rolstoel wordt gezien als deel van je lichaam. Daarom zijn alle regels over het lichaam ook van toepassingen op de rolstoel.
  • Vlak voordat je serveert, moet je stilstaan. Voordat je de bal slaat, mag je je rolstoel één duw geven.
  • Als je als Quad-speler (met beperking in armen of handen) de bal niet kunt opgooien voor een service, mag een ander dat doen. Je moet wel steeds dezelfde methode gebruiken.

Als je als rolstoelspeler tegenover een valide tennisser staat, gelden voor jou de regels voor rolstoeltennis en voor je tegenstander de gewone spelregels.

Je verliest het punt als:

  • Je de bal drie keer laat stuiten.
  • Je je voet of been gebruikt als rem of stabilisator terwijl je serveert, de bal slaat of draait/stopt tijdens de rally.
  • Je niet met minstens één bil contact houdt met je rolstoel als je de bal slaat.
  • Je je rolstoel met je voet voortbeweegt. Als je vanwege je handicap je rolstoel niet via het wiel kunt voortbewegen, mag dat wel, met één voet.
  • Je met je voet de grond raakt tijdens het naar voren zwaaien van je racket en het raken van de bal.
  • Je met je voet de grond raakt tijdens de servicebeweging totdat je de bal raakt.